taal · 9 begrippen
Weerspreekwoorden uit Nederland en Vlaanderen – quizselectie
Gecontroleerd en goedgekeurd door de redactie van QuizKennis.
Volledige leerlijst
| # | Spreekwoord | Betekenis |
|---|---|---|
| 1 | Maart roert zijn staart | Het weer in maart is vaak wisselvallig |
| 2 | April doet wat hij wil | April kan sterk wisselend weer brengen |
| 3 | Na regen komt zonneschijn | Na moeilijke of sombere tijden wordt het weer beter |
| 4 | Eén zwaluw maakt nog geen zomer | Eén gunstig teken bewijst geen blijvende verandering |
| 5 | Als de dagen lengen, gaan de nachten strengen | In het begin van het jaar kan het ondanks langer daglicht nog flink vriezen |
| 6 | Ochtendrood, water in de sloot | Rode ochtendlucht wordt traditioneel met regen geassocieerd |
| 7 | Avondrood, mooi weer aan boord | Rode avondlucht wordt traditioneel met goed weer geassocieerd |
| 8 | Voor de wind gaat het goed zeilen | Met gunstige omstandigheden gaat iets gemakkelijker |
| 9 | Het kan vriezen en het kan dooien | De uitkomst is onzeker |
Bron: www.dbnl.org