Quizkennis.nl

taal · 20 begrippen

Nederlandse spreekwoorden en gezegden met kleding en schoeisel: 20 betekenissen

Gecontroleerd en goedgekeurd door de redactie van QuizKennis.

🧠 Leren, stampen en quizzen →

Volledige leerlijst

#Spreekwoord of gezegdeBetekenis
1De broek aanhebbenThuis of in een relatie de beslissingen nemen.
2Een grote broek aantrekkenJe groter of belangrijker voordoen dan je bent.
3De broekriem aanhalenZuinig moeten leven.
4Van de hoed en de rand wetenAlle details en achtergronden van iets kennen.
5Iets uit de hoge hoed toverenPlots met een verrassende oplossing of vondst komen.
6Je hoed voor iemand afnemenJe respect voor iemand tonen.
7De vuile was buiten hangenPrivéproblemen openlijk bekendmaken.
8Iemand iets in de schoenen schuivenIemand onterecht ergens de schuld van geven.
9Stevig in je schoenen staanZelfverzekerd en standvastig zijn.
10Met de pet ernaar gooienIets slordig en zonder inzet uitvoeren.
11Petje af!Een uitroep van waardering of bewondering.
12Iets op je klompen aanvoelenIets zonder veel uitleg meteen begrijpen of voorspellen.
13In je hemd staanVoor schut staan of je hulpeloos voelen.
14De schoen wringtDaar zit het echte probleem.
15Wie de schoen past, trekke hem aanWie zich aangesproken voelt, mag de kritiek op zichzelf betrekken.
16Een maatje te groot zijnTe moeilijk of te sterk voor iemand zijn.
17Het hemd is nader dan de rokJe zorgt meestal eerst voor jezelf of je naasten.
18Iets met de mantel der liefde bedekkenIemands tekortkomingen uit genegenheid niet zwaar laten wegen.
19Zonder kleerscheuren ergens vanaf komenZonder schade of nadeel uit een lastige situatie raken.
20Iemand een pluim op de hoed stekenIemand een compliment geven of openlijk prijzen.

Bron: www.woorden.org

Oefen dit lijstje als quiz →