Quizkennis.nl

taal · 68 begrippen

Nederlandse spreekwoorden en gezegden met lichaamsdelen: 68 betekenissen

Gecontroleerd en goedgekeurd door de redactie van QuizKennis.

🧠 Leren, stampen en quizzen →

Volledige leerlijst

#Spreekwoord of gezegdeBetekenis
1Een oogje in het zeil houdenGoed opletten of alles naar wens verloopt.
2Iets door de vingers zienEen fout bewust niet bestraffen of aanrekenen.
3Een oogje dichtknijpenDoen alsof je een overtreding niet opmerkt.
4Onder vier ogen sprekenIets vertrouwelijk met één andere persoon bespreken.
5Iemand naar de ogen zienSteeds proberen iemand tevreden te houden.
6Oog om oog, tand om tandHet aangedane kwaad met gelijksoortig kwaad vergelden.
7Door het oog van de naald kruipenOp het nippertje aan gevaar ontsnappen.
8Ogen in je achterhoofd hebbenHeel goed opmerken wat er om je heen gebeurt.
9De ogen groter hebben dan de maagMeer eten opscheppen dan je op kunt.
10Een doorn in het oog zijnIets zijn waaraan iemand zich voortdurend ergert.
11Er geen oog voor hebbenNiet zien of niet waarderen wat belangrijk is.
12Een neus voor iets hebbenEr goed gevoel of talent voor hebben.
13Met je neus in de boter vallenOp precies het goede moment ergens terechtkomen.
14Iemand bij de neus nemenIemand beetnemen of misleiden.
15Niet verder kijken dan je neus lang isNiet nadenken over andere mogelijkheden of gevolgen.
16Je neus ophalen voor ietsIets minachten of te gering vinden.
17Je neus in andermans zaken stekenJe ongevraagd bemoeien met zaken van anderen.
18Iemand met zijn neus op de feiten drukkenIemand duidelijk confronteren met de werkelijkheid.
19Met de mond vol tanden staanGeen antwoord weten of niet weten wat je moet zeggen.
20Het water loopt je in de mondJe krijgt veel trek bij het zien of ruiken van eten.
21Het hart op de tong hebbenDirect uitspreken wat je voelt of denkt.
22Met hart en zielMet volledige inzet en overtuiging.
23Iemand een hart onder de riem stekenIemand moed inspreken.
24Een gouden hart hebbenHeel vriendelijk en goedhartig zijn.
25Het hart op de juiste plaats hebbenGoede bedoelingen hebben.
26Het hart in de keel hebbenHeel bang of gespannen zijn.
27Je hart luchtenVertellen wat je dwarszit.
28Je hart vasthoudenBang zijn dat iets verkeerd zal aflopen.
29Iemand iets op het hart drukkenIemand nadrukkelijk vragen iets te onthouden of doen.
30Iets op je lever hebbenIets vervelends willen bespreken.
31Ergens zwaar mee in de maag zittenJe ernstig zorgen maken over iets.
32Met de handen in het haar zittenGeen oplossing meer weten voor een probleem.
33De handen uit de mouwen stekenEcht aan het werk gaan.
34De hand in eigen boezem stekenJe eigen aandeel in een fout erkennen.
35Iemand de hand boven het hoofd houdenIemand beschermen tegen kritiek of straf.
36De hand op de knip houdenZo min mogelijk geld uitgeven.
37De hand over het hart strijkenToch toegeven of een uitzondering toestaan.
38Je handen in onschuld wassenVerklaren dat je niet verantwoordelijk bent.
39Iemand op handen dragenIemand bijzonder bewonderen en waarderen.
40Twee linkerhanden hebbenErg onhandig zijn bij praktisch werk.
41Een gat in je hand hebbenJe geld gemakkelijk en snel uitgeven.
42Met lege handen staanNiets hebben gekregen of bereikt.
43Vele handen maken licht werkSamenwerken maakt een klus gemakkelijker.
44De vinger aan de pols houdenEen ontwikkeling nauwlettend volgen.
45Iemand om je vinger windenIemand gemakkelijk kunnen beïnvloeden.
46Op de vingers getikt wordenEen terechtwijzing krijgen.
47Er geen vinger naar uitstekenGeen enkele moeite ervoor doen.
48Er de vinger niet op kunnen leggenNiet precies kunnen aangeven wat er mis is.
49Het op je duimpje kennenIets zeer goed beheersen of uit het hoofd weten.
50Je tanden ergens in zettenEen moeilijke taak vastberaden aanpakken.
51Op je tanden bijtenJe pijn of moeilijkheden verbijten en doorgaan.
52Een luisterend oor biedenBereid zijn echt naar iemand te luisteren.
53Iets achter je oren knopenIets goed onthouden voor later.
54Het ene oor in en het andere oor uitHet horen maar meteen weer vergeten.
55Je hoofd koel houdenKalm blijven onder druk.
56Het hoofd boven water houdenMet moeite financieel of praktisch overeind blijven.
57De hoofden bij elkaar stekenSamen overleggen over een probleem.
58Iets over het hoofd zienIets niet opmerken of vergeten.
59Niet op je achterhoofd gevallen zijnSlim en oplettend zijn.
60Met je rug tegen de muur staanGeen ruimte meer hebben om uit te wijken.
61Iemand de rug toekerenIemand bewust niet meer steunen of aandacht geven.
62Iemand op de tenen trappenIemand beledigen of kwetsen.
63Op je tenen lopenJe uiterste best moeten doen om alles aan te kunnen.
64Met beide benen op de grond staanRealistisch en nuchter blijven.
65Een voet tussen de deur krijgenEen eerste kans of opening weten te bemachtigen.
66Op grote voet levenVeel geld uitgeven aan een luxe levensstijl.
67Een plaat voor je kop hebbenOpvallende signalen of kritiek niet willen begrijpen.
68Iemand voor het hoofd stotenIemand onbedoeld of onvoorzichtig kwetsen.

Bron: www.woorden.org

Oefen dit lijstje als quiz →