taal · 30 begrippen
Nederlandse spreekwoorden en gezegden met eten en drinken: 30 betekenissen
Gecontroleerd en goedgekeurd door de redactie van QuizKennis.
Volledige leerlijst
| # | Spreekwoord of gezegde | Betekenis |
|---|---|---|
| 1 | De soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend | Een dreiging of probleem blijkt vaak minder erg dan eerst gezegd. |
| 2 | De krenten uit de pap halen | Alleen de aantrekkelijkste onderdelen uitkiezen. |
| 3 | De kaas niet van je brood laten eten | Voor jezelf opkomen en je niet laten benadelen. |
| 4 | Iets voor zoete koek slikken | Iets zonder kritisch na te denken geloven. |
| 5 | Er geen kaas van gegeten hebben | Er helemaal niets van weten of begrijpen. |
| 6 | De kool en de geit sparen | Twee tegenstrijdige belangen tegelijk willen ontzien. |
| 7 | De appel valt niet ver van de boom | Een kind lijkt in gedrag vaak op zijn ouders. |
| 8 | Appels met peren vergelijken | Twee zaken vergelijken die niet goed vergelijkbaar zijn. |
| 9 | De rotte appel in de mand | Eén schadelijke persoon die een hele groep kan beïnvloeden. |
| 10 | De druiven zijn zuur | Iets wat je niet krijgt achteraf kleineren. |
| 11 | Een appeltje voor de dorst hebben | Een reserve hebben voor moeilijke tijden. |
| 12 | Met de gebakken peren zitten | Met de vervelende gevolgen van iets achterblijven. |
| 13 | Een eitje zijn | Heel eenvoudig zijn. |
| 14 | Een koekje van eigen deeg krijgen | Zelf ondervinden wat je een ander hebt aangedaan. |
| 15 | Brood op de plank hebben | Voldoende inkomen hebben om van te leven. |
| 16 | Als warme broodjes over de toonbank gaan | Heel snel en goed verkopen. |
| 17 | Er geen chocola van kunnen maken | Er geen enkele logica of duidelijkheid in kunnen ontdekken. |
| 18 | De kers op de taart | Het extraatje dat iets al goeds nog mooier maakt. |
| 19 | De mosterd na de maaltijd | Advies of hulp die te laat komt. |
| 20 | Roet in het eten gooien | Een plan onverwacht verstoren. |
| 21 | Iets met een korreltje zout nemen | Iets niet helemaal letterlijk of serieus geloven. |
| 22 | Daar geen droog brood mee kunnen verdienen | Met die activiteit nauwelijks inkomen kunnen krijgen. |
| 23 | Dat is gesneden koek | Dat is al bekend of helemaal duidelijk. |
| 24 | Een bitter pilletje moeten slikken | Iets onaangenaams noodgedwongen accepteren. |
| 25 | De pap is gestort | Een besluit is gevallen en kan niet meer worden teruggedraaid. |
| 26 | Boter op je hoofd hebben | Zelf ook schuld hebben aan wat je een ander verwijt. |
| 27 | Boter bij de vis | Direct betalen bij ontvangst van de goederen. |
| 28 | Iets met de paplepel ingegoten krijgen | Iets al van jongs af aan aangeleerd krijgen. |
| 29 | Nog een appeltje met iemand te schillen hebben | Nog een onopgeloste kwestie of verwijt met iemand hebben. |
| 30 | Een vinger in de pap hebben | Invloed uitoefenen op de gang van zaken. |
Bron: www.woorden.org