wetenschap · 77 begrippen
Wiskundige begrippen: Meetkunde en algebra
Gecontroleerd en goedgekeurd door de redactie van QuizKennis.
Volledige leerlijst
| # | Begrip | Betekenis |
|---|---|---|
| 1 | Punt | Plaats zonder afmetingen in de meetkunde |
| 2 | Lijn | Oneindig rechte verzameling punten |
| 3 | Lijnstuk | Deel van een lijn tussen twee eindpunten |
| 4 | Halfrechte | Deel van een lijn met één beginpunt |
| 5 | Evenwijdige lijnen | Lijnen in een vlak die elkaar niet snijden |
| 6 | Loodrechte lijnen | Lijnen die elkaar onder 90 graden snijden |
| 7 | Hoek | Figuur gevormd door twee halfrechten met gemeenschappelijk beginpunt |
| 8 | Scherpe hoek | Hoek tussen 0 en 90 graden |
| 9 | Rechte hoek | Hoek van 90 graden |
| 10 | Stompe hoek | Hoek groter dan 90 en kleiner dan 180 graden |
| 11 | Gestrekte hoek | Hoek van 180 graden |
| 12 | Overstaande hoeken | Tegenover elkaar liggende hoeken bij twee snijdende lijnen |
| 13 | Bissectrice | Lijn die een hoek in twee gelijke hoeken verdeelt |
| 14 | Middelloodlijn | Lijn loodrecht door het midden van een lijnstuk |
| 15 | Driehoek | Veelhoek met drie zijden |
| 16 | Gelijkzijdige driehoek | Driehoek met drie even lange zijden |
| 17 | Gelijkbenige driehoek | Driehoek met minstens twee even lange zijden |
| 18 | Rechthoekige driehoek | Driehoek met een rechte hoek |
| 19 | Hypotenusa | Langste zijde tegenover de rechte hoek in een rechthoekige driehoek |
| 20 | Stelling van Pythagoras | Som kwadraten rechthoekszijden is kwadraat hypotenusa |
| 21 | Vierhoek | Veelhoek met vier zijden |
| 22 | Vierkant | Vierhoek met vier gelijke zijden en vier rechte hoeken |
| 23 | Rechthoek | Vierhoek met vier rechte hoeken |
| 24 | Parallellogram | Vierhoek waarvan overstaande zijden evenwijdig zijn |
| 25 | Ruit | Vierhoek met vier even lange zijden |
| 26 | Trapezium | Vierhoek met minstens één paar evenwijdige zijden in inclusieve definitie |
| 27 | Veelhoek | Gesloten vlakke figuur met rechte zijden |
| 28 | Regelmatige veelhoek | Veelhoek met gelijke zijden en hoeken |
| 29 | Diagonaal | Verbindingslijn tussen niet-opeenvolgende hoekpunten |
| 30 | Cirkel | Punten in een vlak op vaste afstand van een middelpunt |
| 31 | Schijf | Vlak gebied binnen en op een cirkel |
| 32 | Straal | Afstand van cirkelmiddelpunt naar cirkel |
| 33 | Diameter | Lijnstuk door middelpunt met uiteinden op cirkel |
| 34 | Koorde | Lijnstuk tussen twee punten op een cirkel |
| 35 | Raaklijn | Lijn die cirkel in precies één punt raakt |
| 36 | Secant | Lijn die cirkel in twee punten snijdt |
| 37 | Omtrek | Totale lengte rondom een vlakke figuur |
| 38 | Oppervlakte | Maat voor de grootte van een vlak gebied |
| 39 | Inhoud | Maat voor de ruimte binnen een driedimensionale figuur |
| 40 | Kubus | Ruimtefiguur met zes congruente vierkante vlakken |
| 41 | Balk | Ruimtefiguur met zes rechthoekige vlakken |
| 42 | Piramide | Veelvlak met veelhoekig grondvlak en driehoekige zijvlakken naar één top |
| 43 | Prisma | Veelvlak met twee evenwijdige congruente veelhoekige grondvlakken |
| 44 | Cilinder | Ruimtefiguur met twee evenwijdige cirkelvormige grondvlakken in standaardvorm |
| 45 | Kegel | Ruimtefiguur met cirkelvormig grondvlak en één top |
| 46 | Bol | Ruimtefiguur met punten op een vaste afstand van het middelpunt |
| 47 | Symmetrieas | Lijn waarlangs een figuur spiegelsymmetrisch is |
| 48 | Rotatiesymmetrie | Figuur valt samen met zichzelf na bepaalde draaiing |
| 49 | Translatie | Verschuiving over een vaste vector |
| 50 | Spiegeling | Afbeelding waarbij een figuur in spiegelas wordt gereflecteerd |
| 51 | Gelijkvormigheid | Figuren met gelijke hoeken en evenredige overeenkomstige zijden |
| 52 | Congruentie | Figuren met gelijke vorm en grootte |
| 53 | Coördinatenstelsel | Systeem om punten met getallen aan te duiden |
| 54 | Abscis | Horizontale x-coördinaat |
| 55 | Ordinaat | Verticale y-coördinaat |
| 56 | Variabele | Symbool dat veranderlijke waarde kan voorstellen |
| 57 | Constante | Vaste waarde |
| 58 | Term | Onderdeel van een algebraïsche som |
| 59 | Coëfficiënt | Getalsfactor bij een algebraïsche term |
| 60 | Vergelijking | Gelijkheid met een of meer onbekenden |
| 61 | Ongelijkheid | Vergelijking met groter dan of kleiner dan |
| 62 | Lineaire vergelijking | Vergelijking van de eerste graad |
| 63 | Kwadratische vergelijking | Vergelijking met een hoogste macht van twee |
| 64 | Discriminant | Uitdrukking die aard van oplossingen kwadratische vergelijking bepaalt |
| 65 | Functie | Regel die iedere invoer uit domein één uitvoer toekent |
| 66 | Domein | Verzameling toegestane invoerwaarden |
| 67 | Bereik | Verzameling mogelijke uitvoerwaarden van een functie |
| 68 | Grafiek | Meetkundige voorstelling van verband of functie |
| 69 | Helling | Verandering van y per eenheid verandering van x |
| 70 | Snijpunt | Gemeenschappelijk punt van meetkundige objecten |
| 71 | Nulpunt van een functie | Invoer waarvoor de functiewaarde nul is |
| 72 | Parabool | Grafiek van een kwadratische functie in standaard cartesiaanse context |
| 73 | Asymptoot | Lijn of kromme die grafiek nadert volgens limietdefinitie |
| 74 | Vector | Grootheid met richting en lengte |
| 75 | Matrix | Rechthoekig rooster van getallen of andere elementen |
| 76 | Determinant | Getal verbonden aan een vierkante matrix |
| 77 | Inverse matrix | Matrix die met gegeven matrix de eenheidsmatrix oplevert |
Bron: mathworld.wolfram.com