taal · 56 begrippen
Gebarentaal – basisbegrippen en grammatica
Gecontroleerd en goedgekeurd door de redactie van QuizKennis.
Volledige leerlijst
| # | Begrip | Betekenis |
|---|---|---|
| 1 | Gebarentaal | Zelfstandige natuurlijke taal die visueel-gestueel wordt gebruikt |
| 2 | NGT | Afkorting van Nederlandse Gebarentaal |
| 3 | NmG | Nederlands met Gebaren; gesproken Nederlands ondersteund met gebaren |
| 4 | International Sign | Internationale communicatievorm; geen universele moedertaal |
| 5 | Handvorm | Vorm van de hand tijdens het maken van een gebaar |
| 6 | Articulatieplaats | Plaats bij of op het lichaam waar het gebaar wordt uitgevoerd |
| 7 | Beweging | Manier waarop handen zich bewegen tijdens een gebaar |
| 8 | Oriëntatie | Richting waarin handpalm en vingers zijn gericht |
| 9 | Niet-manuele componenten | Mimiek en bewegingen van hoofd of lichaam die betekenis dragen |
| 10 | Gezichtsexpressie | Mimiek die grammatica of emotie kan uitdrukken |
| 11 | Wenkbrauwpositie | Niet-manueel middel dat onder meer vragen kan markeren |
| 12 | Mondbeeld | Mondbeweging die op een gesproken woord lijkt |
| 13 | Mondgebaar | Mondbeweging die niet rechtstreeks op een gesproken woord is gebaseerd |
| 14 | Vingerspellen | Woorden letter voor letter met handalfabet weergeven |
| 15 | Handalfabet | Systeem van handvormen voor letters |
| 16 | Eenhandig handalfabet | Handalfabet met één hand |
| 17 | Tweehandig handalfabet | Handalfabet waarbij beide handen worden gebruikt |
| 18 | Naamgebaar | Gebaar om naar een persoon te verwijzen |
| 19 | Regionale variant | Gebaar dat per regio anders wordt uitgevoerd |
| 20 | Synoniem gebaar | Ander gebaar met gelijke of vergelijkbare betekenis |
| 21 | Lexicon | Woordenschat van een gebarentaal |
| 22 | Gebaarvolgorde | Volgorde waarin gebaren in een zin worden geplaatst |
| 23 | Zinsstructuur | Grammaticale opbouw van gebarentaalzinnen |
| 24 | Ruimtelijke grammatica | Gebruik van de ruimte om grammaticale relaties aan te geven |
| 25 | Directioneel werkwoord | Werkwoordgebaar waarbij bewegingsrichting grammaticale informatie draagt |
| 26 | Werkwoordcongruentie | Aanpassing van werkwoordgebaar aan referenten in de ruimte |
| 27 | Classifier | Handvormconstructie waarmee eigenschappen of beweging van referenten worden uitgedrukt |
| 28 | Classifierconstructie | Complexe constructie met handvormen voor objecten, locaties of handelingen |
| 29 | Rolverwisseling | Perspectief van een persoon of personage overnemen |
| 30 | Rolnemen | Via lichaam en blik een referent of spreker uitbeelden |
| 31 | Referentiepunt | Plek in gebarenruimte gekoppeld aan een persoon of zaak |
| 32 | Gebarenruimte | Ruimte voor en naast het lichaam waarin gebaren worden gemaakt |
| 33 | Oogcontact | Belangrijk onderdeel van aandacht en beurtwisseling |
| 34 | Aandacht trekken | Visuele of tactiele manier om gesprek te beginnen |
| 35 | Beurtwisseling | Afwisselen van sprekers in een gebarengesprek |
| 36 | Gebarentolk | Professional die tolkt tussen gebarentaal en andere taal |
| 37 | Doventolk | Tolk die doorgaans zelf doof is en communicatie ondersteunt |
| 38 | Dovencultuur | Culturele gebruiken en gemeenschap rond gebarentalen |
| 39 | Doofidentiteit | Identificatie met de dovengemeenschap en haar cultuur |
| 40 | Visuele taal | Taal die via zien en gebaren wordt waargenomen |
| 41 | Simultaneïteit | Meerdere betekenisdragende elementen tegelijk uitdrukken |
| 42 | Iconiciteit | Vorm van gebaar vertoont gelijkenis met betekenis |
| 43 | Arbitrariteit | Vorm en betekenis zijn niet noodzakelijk direct verbonden |
| 44 | Productiviteit | Mogelijkheid om nieuwe uitingen en betekenissen te vormen |
| 45 | Fonologie van gebarentaal | Onderzoek naar kleinste vormonderscheidende gebaarelementen |
| 46 | Morfologie van gebarentaal | Onderzoek naar betekenisvormende structuren van gebaren |
| 47 | Syntaxis van gebarentaal | Onderzoek naar zinsbouw in gebarentaal |
| 48 | Fingerspelling | Engelse benaming voor vingerspellen |
| 49 | Code-switching | Wisselen tussen talen of taalvariëteiten |
| 50 | Contacttaal | Taalvorm ontstaan door contact tussen verschillende talen |
| 51 | Gebarenwoordenboek | Verzameling gebaren met uitleg en vaak video's |
| 52 | Gebarenvariant | Alternatieve uitvoering van een gebaar |
| 53 | Gebarentaalverwerving | Proces van het leren van gebarentaal |
| 54 | Taaldeprivatie | Onvoldoende vroege toegang tot volledig toegankelijke taal |
| 55 | Gebarentaalonderwijs | Onderwijs waarbij gebarentaal wordt aangeleerd of gebruikt |
| 56 | Bimodaal tweetalig | Twee talen gebruiken in verschillende modaliteiten zoals spreken en gebaren |
Bron: www.gebarencentrum.nl