economie · 130 begrippen
Begrippen van de effectenbeurs en beleggen
Gecontroleerd en goedgekeurd door de redactie van QuizKennis.
Volledige leerlijst
| # | Beursbegrip | Betekenis |
|---|---|---|
| 1 | Aandeel | Verhandelbaar eigendomsbelang in een onderneming |
| 2 | Aandeelhouder | Persoon of instelling die aandelen bezit |
| 3 | Effect | Verhandelbaar financieel instrument, zoals een aandeel of obligatie |
| 4 | Effectenbeurs | Georganiseerde marktplaats voor effecten |
| 5 | Beursnotering | Toelating van een effect tot de handel op een beurs |
| 6 | Beurskoers | Actuele of laatst verhandelde prijs van een effect |
| 7 | Koerswinst | Stijging van de prijs van een belegging |
| 8 | Koersverlies | Daling van de prijs van een belegging |
| 9 | Rendement | Opbrengst ten opzichte van de inleg, inclusief koersverandering en uitkeringen |
| 10 | Dividend | Uitkering van winst of reserves aan aandeelhouders |
| 11 | Dividendrendement | Jaarlijks dividend gedeeld door de aandelenkoers |
| 12 | Ex-dividenddatum | Datum vanaf wanneer een koper geen recht meer heeft op het aangekondigde dividend |
| 13 | Recorddatum | Datum waarop de uitkeringsgerechtigde aandeelhouders worden vastgesteld |
| 14 | Uitkeringsratio (payout ratio) | Deel van de winst dat als dividend wordt uitgekeerd |
| 15 | Beurswaarde (marktkapitalisatie) | Aantal uitstaande aandelen maal de beurskoers |
| 16 | Free float | Deel van de aandelen dat vrij verhandelbaar is |
| 17 | Largecap | Onderneming met een relatief grote beurswaarde |
| 18 | Midcap | Onderneming met een middelgrote beurswaarde |
| 19 | Smallcap | Onderneming met een relatief kleine beurswaarde |
| 20 | Blue chip | Aandeel van een gevestigde, grote onderneming |
| 21 | Groeiaandeel | Aandeel van een onderneming met hoge verwachte groei |
| 22 | Waardeaandeel | Aandeel dat relatief laag geprijsd lijkt ten opzichte van fundamentele kenmerken |
| 23 | Defensief aandeel | Aandeel waarvan de vraag relatief weinig met de conjunctuur mee beweegt |
| 24 | Cyclisch aandeel | Aandeel waarvan de resultaten sterk samenhangen met de economische cyclus |
| 25 | Preferent aandeel | Aandeel met bepaalde voorrechten, vaak bij dividend of liquidatie |
| 26 | Gewoon aandeel | Aandeel zonder de specifieke voorrechten van preferente aandelen |
| 27 | Stemrecht | Recht om mee te stemmen in de aandeelhoudersvergadering |
| 28 | Aandelenemissie | Uitgifte van nieuwe aandelen |
| 29 | Claimemissie | Emissie waarbij bestaande aandeelhouders inschrijfrechten krijgen |
| 30 | IPO (beursgang) | Eerste aanbieding van aandelen aan het publiek en doorgaans beursnotering |
| 31 | Direct listing | Beursintroductie waarbij bestaande aandelen direct verhandelbaar worden |
| 32 | Secundaire aanbieding | Openbare verkoop van bestaande aandelen door aandeelhouders |
| 33 | Inkoop eigen aandelen | Onderneming koopt eigen aandelen terug |
| 34 | Aandelensplitsing | Meer aandelen per aandeelhouder bij evenredig lagere prijs per aandeel |
| 35 | Omgekeerde aandelensplitsing | Samenvoegen van aandelen tot minder aandelen met hogere prijs per aandeel |
| 36 | Winst per aandeel (EPS) | Nettoresultaat dat toekomt aan gewone aandeelhouders gedeeld door gemiddeld aantal aandelen |
| 37 | Koers-winstverhouding (K/W) | Aandelenkoers gedeeld door winst per aandeel |
| 38 | Koers-boekwaardeverhouding (P/B) | Aandelenkoers gedeeld door boekwaarde per aandeel |
| 39 | Koers-omzetverhouding (P/S) | Beurswaarde gedeeld door omzet |
| 40 | EV/EBITDA | Ondernemingswaarde gedeeld door resultaat vóór rente, belasting en afschrijvingen |
| 41 | Boekwaarde | Activa minus schulden volgens de balans |
| 42 | Ondernemingswaarde (enterprise value) | Benadering van waarde van bedrijf inclusief netto schuldpositie |
| 43 | Omzet | Totale opbrengst uit verkopen of diensten |
| 44 | Nettowinst | Overblijvende winst na kosten en belastingen |
| 45 | EBIT | Resultaat vóór rente en belastingen |
| 46 | EBITDA | Resultaat vóór rente, belastingen en afschrijvingen |
| 47 | Kasstroom | In- en uitgaande geldstromen |
| 48 | Vrije kasstroom | Operationele kasstroom minus doorgaans investeringen in vaste activa |
| 49 | Volatiliteit | Mate waarin de koers schommelt |
| 50 | Liquiditeit | Mate waarin een effect gemakkelijk verhandeld kan worden |
| 51 | Handelsvolume | Aantal verhandelde stukken in een periode |
| 52 | Omzetvolume | Geldwaarde van transacties in een periode |
| 53 | Orderboek | Overzicht van openstaande koop- en verkooporders |
| 54 | Biedkoers (bid) | Hoogste prijs die een koper op dat moment biedt |
| 55 | Laatkoers (ask) | Laagste prijs waartegen een verkoper wil verkopen |
| 56 | Spread | Verschil tussen bied- en laatkoers |
| 57 | Limietorder | Order met een maximale koop- of minimale verkoopprijs |
| 58 | Marketorder | Order om tegen beschikbare marktprijzen te handelen |
| 59 | Stoporder | Order die actief wordt bij het bereiken van een triggerprijs |
| 60 | Stop-lossorder | Stoporder bedoeld om een ongunstige koersbeweging te begrenzen |
| 61 | Stoplimietorder | Order die na een trigger als limietorder wordt geplaatst |
| 62 | Dagorder | Order die doorgaans alleen die handelsdag geldig is |
| 63 | GTC-order | Order die geldig blijft tot uitvoering of annulering, binnen brokerlimieten |
| 64 | Orderuitvoering | Het daadwerkelijk afsluiten van een handelstransactie |
| 65 | Afwikkeling (settlement) | Levering van effecten en betaling na een transactie |
| 66 | T+1 | Afwikkeling één werkdag na handelsdatum |
| 67 | Clearing | Vaststelling en verrekening van verplichtingen na transacties |
| 68 | Clearinghuis | Instelling die clearing verzorgt en vaak centraal tegenpartijrisico beheert |
| 69 | Broker | Tussenpersoon die effectentransacties uitvoert of faciliteert |
| 70 | Market maker | Partij die koop- en verkoopprijzen stelt om handel te ondersteunen |
| 71 | Handelsplatform (MTF) | Multilaterale handelsfaciliteit waar orders volgens vaste regels worden gematcht |
| 72 | OTC-handel | Handel buiten een gereglementeerde beurs of handelsplatform om |
| 73 | Primaire markt | Markt voor nieuw uitgegeven effecten |
| 74 | Secundaire markt | Markt waarop eerder uitgegeven effecten worden verhandeld |
| 75 | Bullmarkt | Langere periode van doorgaans stijgende beurskoersen |
| 76 | Bearmarkt | Langere periode van doorgaans dalende beurskoersen |
| 77 | Correctie | Daling na een eerdere stijging; vaak informeel vanaf circa 10% |
| 78 | Rally | Sterke koersstijging gedurende een periode |
| 79 | Crash | Plotselinge, zeer sterke koersdaling |
| 80 | All-time high | Hoogste ooit bereikte koers of indexstand |
| 81 | Steunlijn | Koersniveau waar kopers mogelijk relatief actief worden |
| 82 | Weerstandslijn | Koersniveau waar verkopers mogelijk relatief actief worden |
| 83 | Trend | Algemene richting van koersbewegingen |
| 84 | Moving average (voortschrijdend gemiddelde) | Gemiddelde koers over een verschuivend tijdvenster |
| 85 | Technische analyse | Bestuderen van historische koers- en volumegegevens |
| 86 | Fundamentele analyse | Beoordelen van onderneming en economische gegevens |
| 87 | Benchmark | Referentie-index of maatstaf waarmee resultaten worden vergeleken |
| 88 | Index | Berekeningsmaatstaf voor prestaties van een groep financiële waarden |
| 89 | Indexweging | Methode die bepaalt hoe zwaar onderdelen in een index meetellen |
| 90 | Marktkapitalisatiegewogen index | Index waarin aandelen met grotere aangepaste beurswaarde zwaarder tellen |
| 91 | Prijsgewogen index | Index waarin duurdere aandelen in prijs meer gewicht krijgen |
| 92 | Gelijkgewogen index | Index waarin elk onderdeel ongeveer hetzelfde gewicht heeft |
| 93 | Herweging (rebalancing) | Periodiek aanpassen van index- of portefeuillegewichten |
| 94 | Herziening (reconstitution) | Wijzigen van de samenstelling van een index |
| 95 | Total return-index | Index die herbelegde uitkeringen meerekent |
| 96 | Price return-index | Index die doorgaans koersverandering meet zonder herbelegd dividend |
| 97 | Net total return-index | Index die herbelegd dividend meerekent na veronderstelde bronbelasting |
| 98 | Diversificatie | Spreiding van beleggingen over meerdere risico's |
| 99 | Assetallocatie | Verdeling van vermogen over beleggingscategorieën |
| 100 | Risicoprofiel | Beschrijving van risico dat een belegger kan en wil dragen |
| 101 | Beleggingshorizon | Tijdsduur waarvoor een belegging bedoeld is |
| 102 | Drawdown | Daling van een eerdere piekwaarde tot een latere laagste waarde |
| 103 | Beta | Maatstaf voor gevoeligheid van koersbewegingen tegenover de markt |
| 104 | Alpha | Risicogecorrigeerde extra prestatie volgens een gekozen model |
| 105 | Sharpe-ratio | Overrendement per eenheid volatiliteit |
| 106 | Tracking error | Mate van schommeling van rendementverschillen met een benchmark |
| 107 | Tracking difference | Werkelijk rendementverschil met de gevolgde index |
| 108 | Actief beheer | Beheer dat bewust van een benchmark afwijkt |
| 109 | Passief beheer | Beheer dat een index of vaste strategie volgt |
| 110 | Short gaan | Positie innemen die profiteert van waardedaling, vaak via geleende effecten |
| 111 | Short squeeze | Snelle koersstijging doordat shortposities worden gesloten |
| 112 | Margin | Onderpand of kredietruimte voor bepaalde beleggingstransacties |
| 113 | Hefboom (leverage) | Vergroting van blootstelling met financiering of derivaten |
| 114 | Margin call | Verzoek om extra onderpand bij onvoldoende dekking |
| 115 | Intrinsieke waarde (NAV) | Waarde van fondsbezittingen minus verplichtingen per participatie |
| 116 | TER (lopende kosten) | Kostenpercentage van een fonds volgens een gehanteerde kostendefinitie |
| 117 | Prospectus | Officieel document met informatie over een effect of fonds en risico's |
| 118 | Essentiële-informatiedocument (EID/KID) | Gestandaardiseerde informatie over onder meer risico's en kosten van bepaalde producten |
| 119 | ISIN | Internationale code voor identificatie van effecten |
| 120 | Ticker | Korte beurscode voor een effect of index |
| 121 | Euronext | Europese beursgroep met meerdere handelsplaatsen |
| 122 | Settlementrisico | Risico dat een transactie niet volgens afspraak wordt afgewikkeld |
| 123 | Tegenpartijrisico | Risico dat een contractpartij haar verplichtingen niet nakomt |
| 124 | Kredietrisico | Risico op verlies door niet-betaling door een schuldenaar |
| 125 | Marktrisico | Risico door veranderingen van marktprijzen |
| 126 | Valutarisico | Risico door wisselkoersschommelingen |
| 127 | Renterisico | Risico dat rentebewegingen de belegging beïnvloeden |
| 128 | Concentratierisico | Risico door sterke afhankelijkheid van enkele posities |
| 129 | Duurzaam beleggen | Beleggen waarbij milieu-, sociale of governancecriteria worden betrokken |
| 130 | ESG | Afkorting voor Environmental, Social en Governance |
Bron: www.investor.gov