spellen · 51 begrippen
Bordspelmechanismen – betekenis
Gecontroleerd en goedgekeurd door de redactie van QuizKennis.
Volledige leerlijst
| # | Antwoord | Leerinfo / betekenis |
|---|---|---|
| 1 | Deckbuilding | Spelers stellen tijdens het spel hun kaartstapel samen |
| 2 | Worker placement | Spelers plaatsen speelstukken om acties of locaties te claimen |
| 3 | Drafting | Spelers kiezen om beurten onderdelen uit een aanbod |
| 4 | Roll-and-write | Dobbelresultaten verwerken door te schrijven of markeren |
| 5 | Tegelleggen | Tegels plaatsen om een speelgebied te vormen |
| 6 | Coöperatief spel | Spelers werken samen voor een gezamenlijk doel |
| 7 | Social deduction | Spelers leiden verborgen rollen of belangen af |
| 8 | Push your luck | Speler kiest tussen stoppen en risico nemen voor extra beloning |
| 9 | Set collection | Verzamelen van bepaalde combinaties levert voordelen of punten op |
| 10 | Area control | Strijden om invloed of meerderheid in gebieden |
| 11 | Bagbuilding | Spelers bouwen een voorraad fiches in een zak op |
| 12 | Tile placement | Spelers leggen tegels op tafel of speelbord |
| 13 | Flip-and-write | Kaartuitkomsten worden op een blad ingevuld |
| 14 | Area majority | Spelers verdienen punten door meerderheid in gebieden |
| 15 | Hidden movement | Positie of beweging van een speler is verborgen |
| 16 | Engine building | Spelers bouwen een systeem dat steeds meer opbrengst levert |
| 17 | Tableau building | Spelers leggen een persoonlijk kaarten- of tegelveld aan |
| 18 | Resource management | Beheren en besteden van schaarse middelen |
| 19 | Auction | Spelers bieden op objecten of acties |
| 20 | Trading | Spelers ruilen onderling middelen |
| 21 | Negotiation | Onderhandelen over afspraken of voordelen |
| 22 | Route building | Bouwen van verbindingen tussen locaties |
| 23 | Network building | Bouwen van een samenhangend netwerk |
| 24 | Hand management | Kiezen hoe en wanneer handkaarten worden gespeeld |
| 25 | Action points | Beperkt aantal actiepunten verdelen over acties |
| 26 | Action selection | Spelers kiezen uit beschikbare acties |
| 27 | Dice placement | Dobbelstenen plaatsen om acties uit te voeren |
| 28 | Dice drafting | Dobbelstenen uit een gezamenlijk aanbod kiezen |
| 29 | Pattern building | Vormen nabouwen of patronen samenstellen |
| 30 | Pattern recognition | Patronen herkennen |
| 31 | Memory | Informatie onthouden die tijdelijk zichtbaar was |
| 32 | Dexterity | Handvaardigheid en fysieke precisie |
| 33 | Real-time | Spelers handelen onder tijdsdruk zonder vaste beurten |
| 34 | Simultaneous action | Spelers kiezen acties tegelijk |
| 35 | Role selection | Spelers selecteren een rol met bijzondere werking |
| 36 | Variable player powers | Spelers hebben verschillende eigenschappen of krachten |
| 37 | Modular board | Speelbord verandert via losse onderdelen |
| 38 | Legacy | Spel verandert blijvend over meerdere speelsessies |
| 39 | Campaign | Doorlopende reeks verbonden speelsessies |
| 40 | Narrative choice | Verhaal ontwikkelt zich door keuzes |
| 41 | Deduction | Logisch afleiden uit aanwijzingen |
| 42 | Bluffing | Bewust misleiden als onderdeel van spel |
| 43 | Take that | Spelers hinderen elkaar met directe aanvallen of effecten |
| 44 | Trick taking | Slagenspel waarbij kaarten in slagen worden gewonnen |
| 45 | Ladder climbing | Steeds hogere kaartcombinaties overtroeven |
| 46 | Card shedding | Zo snel mogelijk kaarten kwijtraken |
| 47 | Pick-up and deliver | Goederen verzamelen en afleveren |
| 48 | Point-to-point movement | Bewegen langs verbonden punten |
| 49 | Grid movement | Bewegen over vakjes |
| 50 | Programming | Acties vooraf plannen waarna ze worden uitgevoerd |
| 51 | Race | Als eerste een doel of finish bereiken |